Sulla
[ Up ]
Klik hier voor de biografie van Marius
1.Een jongen uit een oud geslacht
2.Op weg naar een hogere positie
3.De bondgenotenoorlog en de gevolgen daarvan
4.Sulla als consul (88 voor Chr.)
5.Sulla: de opmars naar Rome
6.Eerste oorlog tegen de Mithridates (88-84 voor Chr.)
7.Sulla, de dictator (82-79 voor Chr.)
5. Tijdlijn
6. De Consuls
7. Bronnen
8. Kernwoorden
Stel je voor: Het is een doodgewone zondagochtend in april. Je bentzaterdagnacht met enkele vrienden op de lappen gegaan. Je hebt een flink stuk in je kraaggedronken en in je dronkemanspraat heb je een beetje gelachen met het regime dat in jeland heerst. Al je vrienden waren het met je eens wanneer je zei dat het enige doel vandie politici is om hun zakken te vullen. Plots gaat de bel aan de voordeur. Het is nogvroeg, maar je gaat toch maar opendoen en aan de deur staat de politie met eenaanhoudingsbevel. Ze nemen je mee naar de gevangenis, maar je krijgt later een proces enwordt ter dood veroordeeld. Als je vraagt wat de reden is van die veroordeling zeggen zedat je een gebrek aan vaderlandsliefde hebt getoond.
Is dit overdreven? Het is ooit erger geweest.
Tijdens de dictatuur van ene Lucius Cornelius Sulla werden de namen van de mensen dieniet veel blijk gaven van chauvinisme, op grote borden uitgehangen. Eenieder die één vandie personen dan zou vermoorden, kreeg van de staat twee talenten (~ 500 000 BEF, 25 000gulden, 12394,67 euro). Had je toevallig niet gehoord dat iemand vogelvrij was verklaarden je zou zo'n persoon onderdak verlenen, dan was je ineens ook vogelvrij verklaard enmocht men je ook vermoorden. (Dit systeem is bekend onder de naam proscripties) Leuk isanders.
L. C. Sulla is ook de persoon die we kennen van zijn geschil met de latere dictatorGaius Julius Caesar. Caesar stond ook opdie proscriptielijsten en vluchtte dus van de ene plaats naar de andere, maar daarovervindt u verder in dit boekje meer.
Het leven was geen pretje onder Sulla, maar aangezien het dat nu wel is, hebben wijgeen schrik vermoord te worden als we die man een beetje bekritiseren, hij is namelijkmeer dan 2000 jaar dood. Hij heeft enkel zo'n interessant leven gehad dat we u zijnlevensverhaal niet willen onthouden. Om het zo eenvoudig mogelijk te houden, hebben wezijn levensverhaal onderverdeeld in enkele onderdelen met het logische gevolg dat er hieren daar enkele kleine overlappingen zijn. Die hebben als enig doel het de lezer zoduidelijk mogelijk te maken,
De auteurs,
Ranst en Boechout 1997
Lucius Valerius aarzelde. Zijn hart beukte gewoon tegen zijn ribben. Hoe moest hij bijhet huis van Marcus Scaurus komen? Het was genoeg dat iemand hem herkende als de zoon vanMarcus Valerius, een van de trouwste officieren van Marius, om meteen ter dood te wordengebracht. Rome gromde als een bloeddorstig monster dat zijn kinderen vrat. En toch, hijwilde, al was het voor de laatste keer, Verginia zien, haar vertellen hoe hij van haarhield. De hele nacht had hij wakend doorgebracht, weggedoken in de tuin van zijn verwoestehuis, schrikkend van elk geluid, huiverend bij elke beweging. Hij wist niet waar zijnvader of zijn oudste broer. De jongen schudde zijn hoofd. Het werd steeds drukker. Opeensverstijfde hij. Vlakbij het forum werden de mensen uit elkaar gejaagd. Vierentwintiglictoren, roedenbundels over de schouder, marcheerden uit een zijstraat te voorschijn.Achter ze aan stapten een drietal mannen. Sulla! De dictator in eigen persoon? Opeenskreeg Lucius een krankzinnige inval. Hij wurmde zich door en rij kijkende mensen heen,sloot zich aan bij een opgewonden groepje dat achter Sulla opstapte. Niemand zou hemzoeken tussen de bewonderaars van zijn doodsvijand! Sulla stapte vlug door, richtingbasilica. Naast hem hinkte een somber kijkende man. "Eleutherius," hoorde dejongen Sulla zeggen, "ben jij al rijk?"
"Rijk, heer? Ik heb mijn vrijheid van u gekregen, maar rijk? Nee, ik ben dankbaarvoor elke dag in uw nabijheid. Dan weet ik dat ik genoeg te eten heb."
Sulla lachte wat hard en vreugdeloos. "Dan moeten we daaraan wat doen,Eleutherius!" Hij schreeuwde iets. De lictoren bleven staan voor de basilica. Sullawenkte zijn vrijgelatene naar binnen. Schaamteloos ging Lucius mee. "Een prachtiglandgoed, toebehorende aan Papirius Carpo, volgeling van Marius, mogen de goden hem vooreeuwig verdoemen. Wie biedt?"
"Hoeveel geld heb je bij je, Eleutherius?" vroeg Sulla en keek om zich heen.
"Tweeduizend denarii, heer," antwoordde de vrijgelatene, "maar..."
"Dat is dan jouw bod. Tweeduizend denarii van Eleutherius, mijn vriend."
De man die de aangeslagen goederen van Sulla's tegenstanders te koop aanbood, fronstezijn voorhoofd. Tweeduizend denarii? Dit landgoed was er minstens zes miljoen waard.
"Niemand meer?"
Geen mens roerde nog. Wie zou durven bieden tegen Sulla?
"Verkocht, het landgoed van Papirius Carpo, voor tweeduizend denarii. Eleutherius,vriend van Sulla, de hemel zegene hem, is de eigenaar. Mooie oogsten gewenst, heer!"Lachend ging het groepje weer weg. "De zoete voordelen van de macht,Eleutherius!" hoorde Lucius de dictator nog zeggen. "En die Papirius Carpo zaler toch nooit meer een voet zetten." Gelach. De enige grafrede van een politicus,vermoord omdat hij toevallig andere ideeën had dan de machtige Sulla, zelfs na zijn doodnog beroofd.
Lucius glipte uit het groepje wet. Nu was het niet ver meer. Alleen...
Hijgend kwam hij bij het huis van Marcus Scaurus. De slaaf die bij de huisdeur de wachtoptrok, zette grote ogen op. "Ik moet Verginia spreken. Laat me alsjeblieft binnen.Ik..."
"Je bent gek, jongeheer. Als iemand je hier ziet en Sulla vertelt dat mijn meesterde zoon van Marcus Valerius in zijn huis heeft ontvangen, wordt hij misschien ookterechtgesteld. Duizenden mensen zijn intussen opgepakt. Hele lijsten hangen ze uit op hetforum. Twaalfduizend denarii krijg ik als ik je dood! Vlucht, jongeheer, nu het nogkan!"
Lucius schudde zij hoofd. Wanhopig keek hij om zich heen, maar zoals alle huizen wasdat van Marcus Scaurus stevig ommuurd, kon je alleen langs de deur naar binnen.
"Lucius!" Amata, het zusje van Verginia, kwam net naar buiten met een slavin."Verginia, is daarbinnen. Is het waar dat je met haar trouwt?"
Lucius schoof tussen haar en de slaaf naar binnen. De man wist niet meer wat hij moestdoen. Kon hij het jonge meesteresje tegenspreken? Als een schaduw sloop de jongen door hethuis op zoek naar Verginia. Marcus Scaurus was waarschijnlijk de deur ut, naar eenbelangrijke vergadering. Scaurus behoorde tot de partij van Sulla, met hart en ziel. Hijhad de vriendschap van zijn dochter met Lucius destijds oogluikend toegestaan. Tenslottewas Marius niet zo lang geleden nog de heerser van Rome. Wat zou hij nu zeggen?
"Lucius?" De stem van Verginia klok ongelovig. "O, ik ben zo banggeweest; Ik heb de goden gesmeekt dat ze je zouden sparen!" Ze viel in de handen vanLucius. "Verginia, wat moeten we doen?" De spanning viel nu van Lucius af. Hijrilde en sidderde. "Ik weet het niet," fluisterde Verginia. "Lucius, ik houvan je. Mocht ik het niet eerder geweten hebben, dan had ik het nu beslist ontdekt. Ik waszo bang je te verliezen nog voor ik je echt had gevonden." "Verginia, weet jedan niet wat er buiten dit huis gebeurt?"
"Lucius, wat maakt dat uit? Ik hou van je, jij houdt van mij! Dat ze daarbuitenvechten om de macht, verandert daaraan toch niets?" Lucius glimlachte. Hij drukteVerginia nog dichter tegen zich aan.
"Vogeltje, denk jij echt dat de wereld anders draait omdat wij van elkaar houden?Misschien heeft iemand me hier zien binnengaan, misschien..."
"Lucius, zwijg over die vreselijke dingen. Gisteren heb ik de hele dag geluisterdnaar verhalen over mensen die op straat werden afgemaakt, over huizen die zijn vernield,over lijsten met mensen die ter dood zijn veroordeeld, over verbanning..."
"Wat moet dat?"
Lucius gooide zich om. Marcus Scaurus stond in de deuropening. Een andere man bleef inde schaduw weggedoken.
"Ik wilde..." stamelde Lucius.
"Jij moet je verstand verloren hebben!" hijgde Marcus Scaurus. "Hoe waagje het hierheen te komen? Wil je dan iedereen hier laten terechtstellen? Naar buitenjij!"
"Nee!" Verginia ging voor Lucius staan, haar stem klonk schril en er leekvuur te springen uit haar zwarte ogen.
"Verginia! Ik beveel je!"
"Jij beveelt mij de jongen van wie ik houd weg te sturen, een zekere doodtegemoet? Jij beveelt me zelf mijn leven te vernietigen omdat je bang bent dat iemandanders dat zou kunnen doen?"
Marcus Scaurus zette een stap in haar richting. Bliksemsnel verdween de hand vanVerginia in de plooien van haar kleed.
"Blijf staan, vader!" Iets blikkerde in haar hand. "Blijf staan of ikplof dit mes in mijn hart. Als ik dan toch moet sterven, dan liever de korte pijn van koudstaal dan de lange pijn van de rouw om Lucius. Jij kunt hem redden als je dat wilt. Jijkunt dat!"
"Verginia, gebruik toch je verstand. Een leven is vandaag geen vingerknip waard.Vader!"
"Hij heeft geen cent meer, hij heeft alles verloren! Hij is zelf verloren."
"Wij hebben meer geld dan we ooit opkunnen! Vader, ik smeek je, help ons. Zijnleven als geschenk, vader! Ik wil verder droog brood kauwen, nooit meer naar dekapper..."
De man die tot nu toe in de schaduw was gebleven, stapte naar voren.
Lucius herkende hem meteen. Marcius Tullius Cicero?
"Als jij het niet doet, zal ik hem in veiligheid brengen, Marcus Scaurus."
"Dank, Marcus Tullius!" Verginia viel op haar knieën voor de redenaar.
"Meisje, je hoeft mij niet te danken. Je hebt me één zekerheid gegeven middenalle onzekerheden van deze dagen. Liefde kun je niet doden, op het schild van de liefdebeuken alle zwaarden zich stomp. Jongeman, jij trekt nu slavenkleren aan, gaat met me meeals drager van mijn draagstoel. Vanavond nog verdwijnen we naar mijn landgoed."
"Waarom doe je het, Marcus Tullius? Je loopt groot gevaar..."
De redenaar draaide zich naar Marcus Scaurus. "Fortuna, infortuna, fortuna! Ooitverdwijnt Sulla, ooit houdt de razernij op. Dan wil ik nog altijd mijn zekerheid hebben,waarde vriend."
Verginia drukte onbeschaamd een zoen op de lippen van Lucius.
"Tot weldra," zei ze. "En van dat droog brood...dat meende ik. Van dekapper niet!"
Sulla, Lucius Cornelius (13878 v.C.), Romeins militair enpoliticus uit een verarmde patricische familie, werd in de Numidische oorlog quaestor vande consul Marius (107), leidde in de Bondgenotenoorlog (9088) de strijd tegen deSamnieten in de zuidelijke Apennijnen en kreeg als consul in 88 het commando in de EersteOorlog (8884) tegen koning Mithridates VI van Pontus. De volkstribuun PubliusSulpicius Rufus overtuigde de volksvergadering echter het opperbevel aan Marius over tedragen, waarop Sulla met zijn leger uit Nola (Campanië) naar Rome oprukte: dezemars naar Rome betekende het begin van de eerste burgeroorlog. Mariusvluchtte; zijn aanhangers (de Populares) werden door Sulla's Senaatsgezinden (deOptimates) uitgemoord.
Na een noodwetgeving te hebben doorgevoerd, vertrok Sulla naar het oosten, waar hijMithridates uit Griekenland (86) en het westen van Klein-Azië verdreef. Intussen wasconsul Cinna (87) op zijn beurt naar Rome opgetrokken, had Marius teruggeroepen en eenconcurrerend bevelhebber naar Azië gezonden. Marius richtte een bloedbad aan onderSulla's aanhangers, hij overleed echter in jan. 86. Sulla sloot in 84 een gematigde vredemet Mithridates en keerde in 83 haastig naar Italië terug. Met hulp van Pompejus, diezich bij hem aansloot, versloeg hij in de bloedige slag bij de Porta Collina te Rome (82)de Marianen én de Samnieten. De Samnieten werden massaal geëxecuteerd; in hetstrafgericht tegen de Marianen werden duizenden gedood door proscripties.
Een volksbesluit benoemde in 82 Sulla voor het leven tot dictator legibus scribundis etrei publicae constituendae (voor het geven van wetten en het invoeren van eenstaatsregeling) en gaf hem de officiële bijnaam Felix (de gelukkige). Zijnhervormingsprogramma wilde de Optimates weer de macht geven door de macht van devolksvergadering te verminderen en door te voorkomen dat één sterke man de wil van deSenaat kon trotseren.
In 79 legde Sulla zijn dictatuur neer en trok zich op zijn landgoed terug, waar hijzijn memoires schreef, voordat hij in 78 overleed.
Marius, Gaius, (Cereatae, bij Arpinum, 157 Rome 13 jan. 86v.C.), Romeins veldheer, als homo novus van het Italische platteland lid van deridderstand, huwde met Julia, een tante van Julius Caesar. Alsonderbevelhebber trok hij in 109 v.C. met Caecilius Metellus mee op tegen Jugurtha, keerdein 108 naar Rome terug, verkreeg het consulaat voor 107 en werd tegen de wens van deSenaat belast met de oorlog tegen Jugurtha. Hij versloeg Jugurtha en diens schoonvaderBocchus bij Cirta (107) in de Jugurthijnse Oorlog.
Toen bij zijn terugkomst Italië bedreigd werd door een inval van de Cimbren enTeutonen, benoemde het volk Marius voor de tweede maal tot consul (104) en daarna, instrijd met het gebruik, voor de derde, vierde en vijfde maal. Doordat de Cimbren enTeutonen niet direct naar Italië optrokken, kreeg hij tijd om het leger te reorganiseren.Naast zuiver militaire veranderingen was zijn voornaamste hervorming dat hij hetkwijnende, hoofdzakelijk uit boeren gerekruteerde volksleger verving door een uitproletariërs gerekruteerd beroepsleger. Deze hervorming, waarmee hij reeds in 107 in destrijd tegen Jugurtha een begin had gemaakt, zou in de volgende burgeroorlogen eenessentiële factor blijken voor de ontwikkeling van republiek tot monarchie. Hij versloegde Teutonen bij hun terugkomst in Zuid-Gallië bij Aquae Sextiae (Aix-en-Provence) (102).Daarop trok hij naar Italië, waar Lutatius Catulus, proconsul, bedreigd werd door deCimbren.
Marius overwon hen in 101 op de Campi Raudii bij Vercellae (in de Povlakte) en werdvoor de zesde maal, voor het jaar 100, tot consul gekozen. In deze ambtsperiodeondersteunde hij eerst, met de volkomen rechtmatige bedoeling land als pensioen voor zijnveteranen te verkrijgen, de volkstribuun Appuleius Saturninus en de praetor ServiliusGlaucia tegen de Optimates. Maar toen hun radicale optreden al te scherpe vormen aannam,werd Marius gedwongen hen prijs te geven en te vernietigen. Door deze overwinning van deoptimaten verloor Marius de volksgunst. Hij verliet Rome en tijdens zijn afwezigheid namhet aanzien van Sulla toe.
Ook in de Bondgenotenoorlog, waarin hij en Sulla bevelhebbers waren, werd hij doorlaatstgenoemde overvleugeld. Om het opperbevel tegen Mithridates brak de eersteburgeroorlog uit (88). Marius verbond zich met Sulpicius Rufus, die als volkstribuun hemin plaats van Sulla het opperbevel gaf. Sulla trok tegen Rome op, nam het stormenderhandin en verdreef Marius en zijn aanhangers. Marius ontkwam naar Afrika, maar keerde in 87 naSulla's vertrek terug en veroverde met Cornelius Cinna, Sertorius en Papirius Carbo Rome.Hier werd hij voor het jaar 86 wederom tot consul gekozen, maar overleed na enkele dagen.
Sulla werd geboren in het jaar 138 voor Chr. Hij stamde af uit het oud, adellijkgeslacht der Cornelii, waarvan Publius Cornelius Rufinus (consul in 290 en 277 voor Chr.),maar dat was een geslacht waarvan de roem niet zo groot was geworden. Z'n moeder stierfvroeg en daardoor werd hij opgevoed door z'n stiefmoeder. Toen hij nog jong was, woondehij in een klein huurhuis in Rome. Hij was zeer degelijk opgevoed in de Griekse en deLatijnse literatuur. Ook was hij zeer begaafd, genotzuchtig en uit op roem. In z'n vrijetijd hield hij van weelde en overdaad, maar voor zaken moest alles wijken. Hij waswelbespraakt en slim, en daarbij had hij bijna iedereen als goede vrienden. Hij was eenartiest in het verzwijgen van een geheim of een bedoeling. Hij kon ook goed acteren enkomedie spelen. Sulla was al ijdel vanaf zijn geboorte. Hij moest af en toe zichterugtrekken tot het straatleven dat gepaard ging met het stelen. Zijn grote mankement wasdat hij zeer kwistig omging met geld en daardoor hoge schulden had.
Als quaestor in 105 voor Chr. moest Sulla naar Numidië om er te vechten tegenIugurtha. In deze oorlog was hij eigenlijk de meest succesvolle Romein, omdat hijuiteindelijk Iugurtha door zijn pragmatisch-diplomatieke bekwaamheid gevangen kon nemen.Toch was die eer niet alleen hem toebedeeld. Marius, die in die oorlog als pro-consul demacht over Sulla had, ging met de meeste eer lopen. Toch vond Sulla dat toen niet zo ergomdat ze toen nog zeer goede vrienden waren. Deze vriendschap met Marius duurde tot 102voor Chr., toen hij de legaat was van de andere consul Quintus Lutatius Catulus was.
Als aediel in 102 en praetor in 93 voor Chr. bleef Sulla waarschijnlijk in Rome. Hijhield zich liever op de achtergrond en daarom is dit niet zo zeker.
Toen Sulla als pro-praetor de provincie Cilicië kreeg toegewezen, ging hij daarheen enhield daar een demonstratieve tocht tot aan de Eufraat om z'n durf te tonen, want deEufraat was niet meer zijn domein en dat was het eerste echte teken dat aangaf dat hijwerkelijk streefde naar macht, of zelfs de dictatuur.
Marius beschikte duidelijk over een paradestem en een militaire manier van doen die hetin het leger bijzonder goed deden, maar omdat deze begaafdheden niet vergezeld gingen vanenig politiek benul, sloeg hij op dat laatste terrein een nogal belachelijk figuur. Nazijn overwinning op de barbaarse horden werd hij in Rome ingehaald als de derde stichtervan deze stad, waardig opvolger van Romulus enCamillus (resp. de eerste en de tweede stichters), maar gedurende zijn zesdeconsulaatsperiode (100 v. C.) moest hij burgerlijke beschikkingen treffen, geen militaire,en zo nam zijn populariteit snel af. De gewelddadige demoagogen die eerst zijnvoortdurende machtsuitbreiding hadden verzekerd, raakten nu zelfs slaags met de menigte enkwamen om als slachtoffers van geweld. Omdat zijn zevende consulsbenoeming niet doorging(later wel: 86 v. C.), vertrok Marius naar Klein-Azië, dat in deze dagen reeds werdbedreigd door de groeiende macht van Mithridates, koning van Pontos. Misschien was Mariuswel op zoek naar een nieuwe oorlog die hem de kans zou geven zijn uitsluitend militairetalenten te ontplooien. In het verloop van deze reizen werd hij gastvrij ontvangen doorMithridates, maar hij slaagde er niettemin in om deze te beledigen. Hierna keerde deex-generaal naar Rome terug, maar hij werd daar niet langer als een belangrijk iemandbeschouwd. Het stadsgeweld op grond van de oude partijtegenstellingen was hiermeetijdelijk opgeschort, alleen om door een nieuwe dreiging te worden vervangen. Eenstrijdvaardig hervormer, Marcus Livius Drusus, hadvoorgesteld om het volledige Romeinse burgerschap ook te verlenen aan de Italischebondgenoten. Vroeger had Rome op een zeer milde wijze het eigen burgerschap een wijdeuitbreiding gegeven maar de Senaat had later, omdat men vrijelijk ruiters en anderehulptroepen kon krijgen van de overzeese gebiedsdelen, geen behoefte meer gevoeld om deItaliërs tegemoet te komen. Drusus werd ten gevolge daarvan vermoord en de Italiërs, vanwie hij de voorvechter was geweest, beseften al spoedig dat de Volkspartij (Populares)even exclusief was geworden in haar standpunt ten opzichte van de verlenging van hetburgerrecht als de adel voordien al was geweest. De Latijnen, die reeds over het bijnavolledige burgerrecht beschikten, bleven trouw, maar de overige Italische volken, in hetbijzonder de Marsiërs kwamen woedend en in volle bewapening in opstand. Het Romeinseburgerrecht was hun verder een zorg; ze wilden nu alleen een onafhankelijke Italischestaat vestigen. In de daarop volgende zogenaamde "Bondgenotenoorlog"(met desocii of bondgenoten) kreeg Marius nogmaals de kans de republiek nog eens te dienen in eenmilitaire functie en dat nog wel in het gezelschap van senatoriale bevelhebbers, die zijnvijanden geweest zouden zijn als de noodsituatie het niet aan tijd had doen ontbreken voorzoiets als partijpolitiek. Hij was echter teleurgesteld over de gang van zaken, omdat hemaan het noordelijke front slechts beperkte macht werd toegekend, terwijl Sulla, die tenzuiden van Rome opereerde, overtuigende overwinningen behaalde. De vraag is echter of ervoldoende grond was voor deze afgunst: Sulla was ongeveer twintig jaar jonger dan Marius(toen 67). Na een tweede jaar van strijd kregen de Romeinen de overhand over de Italiërsen besloten wijselijk deze machtspositie te benutten om over te gaan tot onderhandelingen.Zonder noemenswaardig gezichtsverlies konden ze nu al heel Italië het volledigeburgerrecht verlenen, met welke concessie de extremistische beweging voor eenonafhankelijke Italische staat in elkaar klapte. Deze verzoenende Romeinse houding zou menkunnen prijzen als een terugkeer tot hun eertijds voorbeeldige politieke wijsheid enmatiging, maar dan had deze zich wel twee jaar eerder moeten openbaren, waarmee eenbloedige strijd van twee jaar (91 v. C. - 89 v. C.) zou zijn voorkomen. De structuur vanhet Romeinse leger was altijd nauw verwant gebleven met de grondwettelijke orde en degevestigde burgerij. De constitutionele veranderingen die het gevolg waren van deBondgenotenoorlog, hadden duidelijk te voorziene militaire consequenties. De verscheidenebevolkingsgroepen van Italië, aan wie nu het volle burgerrecht was verleend, waren nu ookgerechtigd dienst te nemen in de legioenen; van afzonderlijke Italischebondgenotencontingenten was niet langer sprake. De komst van de overzeese hulptroepen haddeze overbodig gemaakt; een omstandigheid die zeer zal hebben bijgedragen aan de Italischegrieven die hadden geleid tot de Bondgenotenoorlog. Het vooruitzicht dienst te kunnennemen, gevoegd bij hetzelfde vooruitzicht dat de hervormingen van Marius aan deproletariërs hadden gegeven, waarbij dan nog kwam de belofte van een stuk land voorgepensioneerde veteranen, dit gehele pakket zal er zeer toe hebben bijgedragen debeledigde Italiërs snel te verzoenen. Het enige dat nog ontbrak was een nieuwe oorlog alswerkgelegenheid en nieuw land om uit te delen aan de veteranen. Maar Mithridates bedreigdereeds de landen ten oosten van de Middellandse Zee en dus was het voorwendsel niet ver tezoeken. Daar kwam nog bij dat Rome nooit erg gesteld was geweest op een grote gevestigdemacht aan de grenzen van zijn grondgebied.
In 88 v. Chr. was er een grote tegenstrijdigheid in Rome. Sommige mensen beweerden datmen Marius moest aanstellen tot consul omdat deze al veel ervaring had opgedaan tegenGermaanse volkeren en daarmee bewezen had dat hij als een groot opperbevelhebber deopdracht om Mithridates van Pontus te verslaan, waardig was, maar een andere groep wasdaartegen omdat die Marius tegenwoordig meer zat dan nuchter was en omdat deze al zo oudwas. De laatste groep was het grootste en daarom koos men Sulla als consul voor het jaar88. Deze had zich niet als kandidaat aangesteld, maar werd toch benoemd door de groteaanhang van de optimates. Daarvoor moest men eerst Sulla roepen die nog in Nola, een stadin Campania, verkeerde en daar nog de laatste hand legde aan de oorlogshandelingen. Z'nmede-consul voor dat jaar werd Sulla's schoonzoon Quintus Pompeius Rufus die in Caesars geboortejaar, nl. 100 voor Chr., volkstribuun was geweest.Deze was een trouwe aanhanger van Sulla en dus ook van de optimaten en was ook de oudevriend van Quintus Caecilius Metellus Numidicus die consul was in 109 voor Chr. en driejaar geleden gestorven was. De verdeling van de zwakke gebieden in het rijk werdenverdeeld : zo kreeg Pompeius de heerschappij over Italië en Sulla die in het oosten.
Marius werd niet toegelaten mee te gaan met Sulla omdat men wist dat hij een grote haathad tegenover Sulla. Deze haat had Publius Sulpicius Rufus opgestookt en deze werd doorSulla als volkstribuun aangeduid voor 88, want hij wist totaal niet dat Sulpicius samenmet Marius onder één hoedje speelden. Intussen probeerde Sulpicius stokken in de wielenvan Sulla te steken opdat hij niet naar Azië zou gaan. Hij stak tot over zijn oren in deschulden en wist dat er met deze zaak veel geld te verdienen was, want zo kon hij samenmet Marius naar het oosten gaan en daar de grote oorlogsbuit tot zich nemen. Daarvoordiende hij namelijk een veto in, dat je als tribuun mocht gebruiken, en bracht hij eenprivéleger op de been van 3000 bewapende soldaten. Hij kon op dit enthousiasme rekenenomdat er nog vele ridders verlangden naar inkomsten uit het oosten en omdat er nog enkeleItaliaanse stammen wilden opgenomen te worden tot het Romeinse burgersschap. Ookvermoordde hij de zoon van Pompeius en de consul zelf moest vluchten. Ondertussenprobeerde Marius om, door krijgstribunen naar het leger dat Sulla gerekruteerd had om naarhet oosten te gaan, dit leger zelf in handen te krijgen. Maar omdat dezen trouw haddengezworen aan Sulla, vermoordden ze de krijgstribunen. Dan ging Marius maar terug naar Romeen begon er met een zuiveringsactie door alle vrienden van Sulla in de stad te vermoorden.
Toen Sulla dit alles gehoord had, liep het emmertje over en begon hij wraak tekoesteren. Hij liet de purperen gewaden van de praetoren die door Sulpicius naar Sullawaren gestuurd, afrukken waardoor ze vernederd werden en beraamde met de hulp van z'nsoldaten, die liever eerst naar het oosten wilden, een opmars naar Rome. Maar de meesteaanvoerders vluchtten al naar Rome omdat ze het niet konden verwerken dat ze nu tegen huneigen vaderland moesten gaan vechten. Daar trekt Sulla zich niets van aan en neemt debeslissing. Deze was in feite makkelijk omdat hij een van de optimates was en de senaatdaardoor helemaal aan zijn kant had en hij had ook z'n mede-consul mee omdat deze zich nogop Sulpicius moest wreken omwille van de moord op zijn zoon. Het enige waar Sulla naarsmakte, was het hoofd van Marius. Sulla nadert de stad bij de Caeliusberg waar de ViaTusculana de stad binnenkomt. Dit was strategisch gezien zeer slim omdat de muur daar doorzijn breedte slecht te verdedigen was. En zo trok hij met zijn legioenen als een vijandRome binnen en dreigde ermee de stad in brand te steken. Maar daarmee had hij Marius nogniet terug. Ondertussen probeerde Sulla enkele slaven te raadplegen om Marius tevermoorden, want hijzelf wou niet de uitvoerder zijn omdat hij dan heel het volk tegenzich had. Door al dit getreuzel verstrekte er heel wat tijd en dit gaf Marius degelegenheid om uit de stad te vluchten en voor een tijdje naar Africa te trekken. Daardeed hij moeite om troepen te verwerven om zijn tegenstrever te bekampen. In Rome hield desenaat en Sulla de twaalf voornaamste medewerkers van Sulla aan om Marius zelf uit zijntent te lokken, maar de volkspartij bevreidde deze leiders. Enkel Sulpicius werd vermoorddoor één van de slaven van Sulla. Omdat Marius maar niet in Rome kwam opdagen, beslisteSulla om twee consuls aan te duiden, omdat hij in Rome zijn tijd verloor en evengoed derijke opperbevelhebber zou kunnen zijn in het oosten. Daarom benoemde hij Gnaeus Octaviusen Lucius Cornelius Cinna tot consuls omdat hij zeker en vast op dezen kon rekenen. Toendezen het ambt beoefenden wilde Cinna, om de rust in Italië te stimuleren, de 33 stammendie Sulpicius eertijds had aangehaald op te nemen onder het Romeinse volk, maar Octavius,die opgestookt was door de senaat, gebruikte daarvoor zijn veto, dat Sulla aan elk vanbeide consuls had gegeven en dit ontlokte straatgevechten waarbij het lot besliste datCinna de nederlaag moest lijden en deze benoemde toen in zijn plaats Lucius CorneliusMerula tot consul en vluchtte weg uit Rome. Voortaan bestonder er drie kampen : Rome,Sulla die naar Mithridates ging vertrekken en Marius die nog zijn leger aan het verzamelenwas in Africa.
Marius had ondertussen al 6.000 soldaten verzameld en ging ermee naar Etrurië, waar debevolking nog steeds in conflict was met de grote Romeinse grootgrondbezitters. Samen metnog enkele slaven en die 33 stammen van Sulpicius die nog steeds geen Romeinen gewordenwaren, rukte hij nu op naar Rome. De moed van de volkspartij die in Rome niets meer tezeggen had, kreeg weer hoop. Ook was Cinna, die verdreven was en niet meer te vinden wasvoor de optimates, bij de troep. De redenen van allen waren verschillend : politiekewrok, persoonlijke vete, geld, rijkdom en het bewijs om een Romeins burger te zijn. Omdatondertussen niemand in Rome Marius durfde doden en omdat ze zelfs geen troepen hadden omzich in deze situatie tegen Marius te verdedigen gaven ze zich over aan Marius, maar dezewas helemaal nog niet klaar met Rome. Dit was niet waar, maar zijn wraak voor Sulla hadhem helemaal gek gemaakt en daardoor koesterde hij deze dwaasheden. Hij wilde dearrogantie van de aristocratie in Rome gedaan maken. En zo trok Marius, zoals Sulla ditjaar al had gedaan, de stad in met een persoonlijke lijfwacht die voornamelijk bestond uitslaven. Dezen doodden al snel een groot aantal burgers en vermoordden diegenen van wie hijde groet of een opmerking niet beantwoordde. De haat brengt Marius in een zéér grotemoordroes, zodat ook alle buitenstaanders vermoord werden. Iedereen die een verband hadmet Sulla werd vermoord. Anderen willen niet vermoord worden en plegen zelfmoord, zoalsLutatius Catulus en Lucius Cornelius Merula, die het jaar tevoren, dus in 87 voor Chr.,consul suffectus was. Andere mensen die vermoord werden was de beroemdste redenaar van dietijd, Marcus Antonius. De organisatie die Marius hierin legde, waren deproscriptielijsten. Op deze lijst stond Sulla bovenaan en vervolgens kwamen de vriendenvan Sulla aan de beurt. Het was een van de donkerste periode in de hele geschiedenis vanRome.
De ingreep kwam van Cinna, die het lijden in Rome niet meer kon aanzien en vanSertorius, die zowel geen aanhanger van Sulla, als een aanhanger van Marius was, maar diegewoon ingreep om de moord op Rome te doen ophouden. Nadien zag Marius in welke schade hijhad aangericht en gaat zich terug bedrinken en werd nadien krankzinnig. Maar een jaarlater, tijdens het consulaat van Cinna in 87, stelde hij zich weer kandidaat voor hetvolgende jaar. Hij wou er nog eens een laatste keer van profiteren nu dat Sulla weg was.Marius had geluk, want het volgende jaar werd hij, ondanks alwat hij in 88 voor Chr. hadaangericht, toch voor de 7de maal tot consul benoemt. Dit kwam doordat Marius in 88 velemachtigen had vermoord en daardoor de partij van de 'populares' weer een grote bloeikreeg. Maar tijdens dat jaar, werd hij ziek. Hij had overal kwalen gekregen, met grootsteboosdoener een opstopping in z'n luchtwegen waardoor hij aan een longontsteking stierf.
Sulla was ondertussen al in Klein-Azië aangekomen, maar kreeg het bericht dat hijeerst nog tegen enkele opstandig geworden Grieken moest vechten, wat gepaard ging met detotale verwoesting van Athene en Delphi. Maar omdat de Thraciërs en de Macedoniërs nogsteeds de spot met hem dreven, had Sulla een militair succes nodig waarmee men bedoelt dathij echt een slag moest binnenhalen. Daarvoor trok hij uit het bergachtige Attica weg entrok hij naar Beotië, waar er vele vlakten waren. Hij vond dat het gebied hen gunstigerlag. Maar hierin beging hij een zware fout omdat de sterkte van de Barbaren die in dezestreek woonden in hun ruiterij en hun wagens lag. Hij kon ook maar beroep doen op 1.500ruiters en 15.000 man infanterie. Stilletjes naderde Taxillus, de generaal van MithridatesVI, met 60.000 man voetvolk, 12.000 ruiters en 90 wagens. Maar doordat Sulla vele listenen de tactiek van het cohortenlegioen, dat Marius eertijds had toegepast, in de slaggebruikte en doordat de soldaten van Sulla goed getraind waren door Marius en die ervaringvan oorlog voeren nog hadden, won hij in één moeite de slag, hoewel hij op het eindemaar 10.000 van de 17.000 man overleefden. Dit was de slag bij Chaironeia.
Valerius Flaccus, de consul van het jaar 87 moest van de hem vijandig gezinde machtente Rome op strafexpeditie tegen Sulla in Voor-Azië. Maar na Sulla's succes liep zijnleger onmiddellijk over naar Sulla, dus had hij beslist zelf ook tegen Mithridates tevechten om zijn gezicht niet te verliezen. Deze slag werd bij Orchomenos gestreden, datook in Beotië lag en zijn tactiek bestond uit de aanleg van een uitgebreidgrachtenstelsel zodat de vijanden niet konden uitzwermen. Mithridates had reeds éénveldslag verloren, maar daarom de oorlog nog niet en hij stuurde nu 80.000 man uit naarBeotië. Hier werd Mithridates voor de tweede maal overwonnen. Dit kwam doordat debewapening van de Aziaten zeer slecht was en de infanterie de pijlen meer gebruikte alszwaarden. Toch werd er voor de tweede keer een enorm bloedbad gesticht in alle meren enmoerassen in deze buurt. Pas na deze slag betreden Sulla en Flaccus Azië, maar doordatFlaccus als generaal en consul onsympatiek deed tegen zijn soldaten, werd hij door dezezelf vermoord. Zijn legaat Gaius Flavius Fimbra volgde hem op en begon met Sulla aan deverwoesting van de provincie Asia. Op hetzelfde moment nam Rome, door middel van LiciniusLucullus, quaestor in Sulla's leger die in 74 consul zou worden en die toen zou vechten inde Derde Oorlog tegen Mithridates, de macht in de Egeïsche Zee weer in eigen handen.
Mithridates had in het begin de macht van Rome een klein beetje onderschat. Maar aanmannetjes had hij zeker geen gebrek. Toch vreesde hij voor een derde slag, want hij hadmisschien wel vele karren en infanterie, toch hadden deze geen belangrijke strijdwaarde.Om die reden stuurde hij Archelaos, die toen generaal van de koning was, uit om trachtenvrede te sluiten en geen schade meer te maken. Toen Sulla in Asia aankwam, kwam hijArchelaos tegen die vredesonderhandelingen van Mithridates moest bekend maken. Sullageloofde er niet veel van omdat hij liever oorlog wilde voeren. Het volgende jaar (85 voorChr) kwamen beide partijen in Dardanos, ten noorden van de Hellespont, aan. Nu hadMithridates 20.000 infanteristen, 6.000 ruiters, 200 galeien en zeer veel karren. Sullahad enkel 4 cohorten en 200 ruiters bij. Intussen had Sulla al goed nagedacht of hij nudoor zou gaan of niet. Hij bevond zich namelijk in een dubbele positie. Marius en Cinnadie in 86 voor Chr. samen consul waren en Carbo en Gaius Marius (de neef en aangenomenzoon van de overleden Marius), de consuls van dit jaar, hadden hem officieel het commandoover de legioenen onttrokken. Daar bekommerde Sulla zich niet om, want als er iemandzegevierend mee terugkeerde, werd dat nadien toch toegelaten. En hij kon trouwens ooksteunen op de trouw van z'n troepen. Ook het feit dat hij politiek gezien veel hogergeplaatst was tegenover zijn troepen dan Marius dat was, kreeg hij meer aandacht en was deinvloed van het leger op Marius veel sterker. Maar hetgene dat hem werkelijk dwars zat,was de legaat van Flaccus, namelijk Fimbra. Sulla, die samen met die Fimbra hetmoordcomplot had bedacht op Flaccus, moest nu toegeven dat Fimbra een beter en handigerkrijgsman was dan Flaccus zelf. En die Fimbra stond helemaal niet langs de kant van Sulla.Als ze dan zouden winnen zouden beide veldheren evenveel lof krijgen en daardoor devolkspartij nog meer roem zou krijgen in Rome. Om die reden bevestigde hij vrede op basisvan status quo ante waarbij Mithridates niets moest afgeven aan grondgebied en enkel 2.000talenten moest betalen en een dertigtal transportschepen moest leveren. Na dit te betalen,500 boogschutters en 70 schepen afgestaan te hebben, voer hij terug naar Pontus. Ditverdrag van Dardanos was eerder een toegeving voor Rome, dan een goede daad van Sulla voorRome. Toch was Sulla al een zeer rijk man die je in onze tijden kan vergelijken met eenmiljardair. Dit kwam door de plundering van Griekenland en vooral van Athene, als je weetdat Athene het vroegere Rome was. Wat gebeurde er na het verdrag van Dardanos? Sulla dieniet wilde weten van een Fimbra verdreef Fimbra naar Pergamum, waar hij hem nadienvermoorde. Nadat hij Fimbra had uitgeschakeld, dacht Sulla er toch nog aan om de campagnein Voor-Azië op een eervolle manier te kunnen besluiten. Hij stuurde namelijk zijnluitenant Licinius Murena naar Cappadocië om Comana te gaan verassen en in te nemen. Maardat was misgelopen. Mithridates tikte hem op de schouders omdat het vredesverdrag daardoorverstoord werd en vermoordde hem. Nadien legde Sulla de schuld bij z'n luitenant en deedhij iedereen geloven dat hij de vrede verstoord had tegen zijn wil in. Het vredesverdragwerd terug hersteld en Sulla besliste eerst nog om wat te gaan roven en plunderen inGriekenland, omdat z'n soldaten hongerig waren doordat ze in Dardanos geen buit haddenkunnen ophalen. Sindsdien konden de bewoners van Asia enkel nog maar hun toevlucht zoekenin de piraterij, omdat ze helemaal waren uitgebuit door Sulla.
Op dit ogenblik begon hij het witboek, een verslag vol lof over zijn verdiensten voorRome, te schrijven en stuurde dat nadien naar Rome zoals Caesardat nadien ook deed met zijn De Bello Gallico. Bij dit boek waren er een heel aantalverschillende houdingen bij de senatoren. Deze houdingen zijn een reactie van een stukjetekst dat nu volgt: "Wat heb ik al niet als quaestor in Libië tegen Iugurthabereikt! Hoe heb ik niet als legaat tegen de Kimbren, als propraetor in Cilicië alsgeneraal in de oorlog tegen de bondgenoten en als consul voor het welzijn van de staatgevochten! En nu heb ik de grote volksmassa's van Azië klein gekregen: Ionië, Phrygië,Karië, Cilicië, Paphlagonië heb ik weer schatplichtig aan Rome gemaakt! Door mij werdMithridates op eigen terrein teruggedrongen en werd het gevaar dat uit het oosten dreigdeingedamd! En al diegenen die door Cinna verbannen en het vaderland uitgestuurd werden,hebben bij mij hun toevlucht gevonden. Ik heb hen in hun hulpeloosheid opgenomen en hen inhun ellende opgevangen. En wat is de dank? Men heeft mij, de redder, tot staatsvijandverklaard. Mijn vijanden hebben mijn huis verwoest, mijn vrienden gedood. Mijn vrouw, mijnkinderen zijn met gevaar voor eigen leven naar mij toegevlucht. Maar spoedig zal ikvanwege dit godvergeten gedrag en in naam van het vaderland als de rechtvaardige wrekertot diegenen komen, die dit alles gewetenloos volbracht hebben. Maar alle anderen en denieuwe burgers zal ik hoe dan ook geen verwijten maken." Door deze tekst waarin Sullabeweerde dat hij, zelfs door de senaat, als vijand aanzien werd, kregen de senatorenschrik en stuurden ze snel gezanten uit die hem met zijn vijanden verzoenen moesten. Wathij schreef over de buitenlandse politiek was wel wat overdreven, want er kon geen sprakezijn van een nieuwe regeling in het oosten (hiermee bedoelen we dat de vrede, nadat Murenadeze 'zogezegd' zou verstoord hebben, nog steeds status quo ante was). Dit weten wedoordat Mithridates anders wel in opstand zou gekomen zijn. In Griekenland had hij demensen de vrijheid gegeven, waardoor de provincie Asia 20.000 talenten, wat een enormbedrag was, moest betalen om doordat het de buur was van Griekenland, opstanden tevoorkomen door hen zwakker te maken. Ook zorgde Sulla ervoor dat enkele Rome-gezindeplaatsen en steden in het oosten zoals Rhodos, Ilion en Troje,een plaatselijk zelfbestuur kregen, zodat er rijke Romeinen een groot percentage op hunbelastingen konden achterhouden en uiteindelijk de optimates weer wat meer macht kregen.Wat we uit het witboek weten over de band tussen Sulla en z'n manschappen is dat Sulladeze mannen niet als onderdanen, maar als vrije burgers of slaven aanschouwde. Een gewonelegioensoldaat kreeg per dag van z'n hogere officieren en van Sulla 16 drachmen;centurio's krijgen in plaats van 16, 50 drachmen; per zes maanden moeten er dan nog eensvoor 40.000 man 20.000 talenten op tafel komen.
Nadat Sulla zijn pen had weggestoken trommelde hij Lucius Lucullus op, die al eerdervermeld werd. Ze verbleven tijdens de winter van 85 op 84 ook in Griekenland en vertrokkenin de lente van 84 naar Italië.
Verder is er nog te vermelden dat Cinna werd vermoord in 84 door een samenzwering. Diesamenzwering wilde terug een republikeinse vorm van bestuur omdat Cinna reeds sinds z'nconsulaat van 87 een dictatoriale macht bezat. Maar er was nog iets dat er in Romegebeurde. Toen men dat witboek had geschreven, kwamen er honderden paniekreacties naarboven. Een senator had schrik dat Sulla hem zou straffen omdat de senaat hem niet hadbedankt om zijn daden. Een gewone aristocraat en een aanhanger van de optimates had schrikdat Sulla dictator zou worden en ze daardoor geen bevoorrechte privileges meer zoudenbezitten in het bestuur van het rijk. Toch was er hier nog hoop voor hun partij. Vriendenen familie van Sulla waren blij omdat ze vernederd werden door het leiderschap van depopulares. Een leider van de populares had schrik voor het heersen van de aristocratie.Een aanhanger van de populares had schrik voor de wetten die de senaat samen met Sullazouden maken in hun nadeel. Slaven en andere bewoners hadden schrik omdat ze weer eenplatbranding van Rome verwachtten. Die Italische stammen die we reeds eerder hebbenvernoemd, waren bang dat ze nooit meer Romeinen zouden worden. De rest van de bewoners inhet rijk hadden minder angst, maar toch heerste er schrik voor een volledig verval van hetrijk. De buurvolkeren van het rijk verwachtten zich aan hun ondergang omwille van de machtdie Rome met Sulla weer zou hebben.
De eerste slag Sulla kwam langs Brindisi in 83 voor Chr. Italië binnen en bereide deopmars naar Rome voor. Maar in het zuiden van Italië werd hij al geconfronteerd met270.000 man o.l.v. 15 veldheren waaronder Carbo, tijd Cinna's collega in functie en debeide consuls van het jaar 83: Lucius Cornelius Scipio Asiagenes en Norbanus. Dezen drieveldheren brachten ongeveer 100.000 man op de been en dachten daarom dat ze al gewonnenwaren. Maar zo sluw als Sulla al was als quaestor, dreef hij ze uiteen zodat hij ze nietallemaal tegelijk moest bevechten. De eerste die naar hem toekomt is Norbanus. Na een langen hevig gevecht bij Capua, verslaat Sulla hem. Ook Scipio moet er later aan geloven,wanneer z'n troepen in de nacht voor de slag door valse beloften van de troepen van Scipiooverhaald bij hen te komen staan.
In Rome was Caius Marius al opgerukt om Sulla de toegang tot Rome te versperren. ZowelMarius als z'n vriend en luitenant Pontius Telesinus wilden in geen enkel geval levend inhanden vallen van Marius. Toen Marius in Preneste met Sulla in contact kwam, besloten zeom een man-aan-man-gevecht te organizeren. Marius, die daarbij enkel gewond geraakte, lietzich door een slaaf doden. Z'n troepen werden nadien door die van Sulla omsingeld enverwoest. Ondanks enkele troepen die daarna nog door de volkspartij werden uitgezonden,haalde Sulla toch de overhand en liepen deze naar Sulla over. Hoewel Sulla ook 600 van henliet afmaken, zagen de senatoren en magistraten van Rome zowel onderdanig als juichendtoe. Dit had een dubbel doel: Men moest niet vrezen dat Sulla hen in de pan ging hakken.Men deed hun partij eer aan en stond Sulla bij. Ook deden ze moeite om bijstand teverwerven voor Sulla, zoals ze Pompejus naar hem stuurden. Carbo was intussen naar Afrikagevlucht en Sertorius naar Spanje.
Nu was de strijd gestreden en beslist of hij nu een winnaar of een verliezer was. Maarde senatoren, die toch ook schrik hadden, hadden nu weer vrees voor de militaire macht vanSulla. Daarom steunden ze op de lex Valeria waarin stond dat het de goden behaagde"Lucius Cornelius Sulla tot dictator rei constituendae causa" aan te stellen,d.w.z. een dictator die de opdracht heeft om de grondwet te veranderen.
Toen Sulla Rome weer was binnengedrongen en tot dictator was benoemd, kreeg hij doorhet volk de naam 'Felix' om hem nog proberen te paaien. Maar toch werd er een hele reeksvan moorden en zelfmoorden gepleegd. Zo zijn de meeste inwoners van Napels vermoord. Ookin Praeneste worden alle mannen naar de goden gestuurd en wordt Norba met de grond gelijkgemaakt. In Rome liet hij 6.000 gevangengenomen tegenstanders opsluiten in het circusFlaminius en liet hij zeer veel leden van de senaat neersabelen. Ook streefde hij net alsMarius naar organisatie en liet daarom proscriptielijsten op het forum hangen met 520namen op, waaronder vele tegenstanders van Sulla waren, zoals bijvoorbeeld C. Iulius Caesar, die nog net aan de dood ontsnapte. Nog slachtoffers waren Q.Aurelius en L. Catilina. Overal in Italië werd gemoord met enkel één leider: Sulla. Hetdoel van dit moorden was eigenlijk goed voor de organisatie van het rijk. Hij moest alsdictator volgens de lex Valeria de staat terug in orde brengen en de aristocratie terugaan de macht brengen en dat deed hij dan met moorden, dikwijls ook ten nadele van dearistocratie zelf. Nadien zou hij beginnen met de wetten te stellen, maar dat zien welater. En zo werd het einde van het jaar 82 en het begin van het jaar 81 een periode van4.700 moorden, ophangen, wurgen, verdrinken, onthoofden waarvan er ongeveer 2.000gebeurden op ridders en senatoren. Maar ook liet Sulla kazernes in brand steken om deslaven en arbeiders van Rome te vermoorden of te doen vluchten. Hierdoor werd de macht vande aristocratie nog meer afgesnoept doordat de meesters geen macht meer hadden zonder hun'clientes' en hun slaven. Het echte doel van Sulla was eigenlijk alleen alleenheerserworden en de aristocratie te dumpen, maar door het voorstel van de senaat over de lexValerius aan te nemen, moest hij toch de wetten herstellen, waardoor hij nooit een totalemacht kon bezitten.Meer gaan we over dit onderwerp niet zeggen omdat het dan, hoewel diemoorden interessant zijn, te bloederig wordt.
Sulla verhoogt het aantal senatoren tot 600. Sulla ontneemt de ridders hun zetel. Aande plebejers onttrekt hij het strafrecht en vormt juryrechtbanken. Hij verandert deleeftijdsgrenzen voor de staatsambten: 29 jaar voor de quaestuur, 39 voor de praetuur en43 voor het consulaat. Hij verandert de duur van het consulaat tot maximaal twee jaar. Hetconsulaat mag na 10 jaar weer door dezelfde persoon bekleed worden. Hij verandert hetaantal personen voor ieder staatsambt: 8 consuls, 8 praetoren, 8 aedilen en 20 quaestoren.'Pro'-magistraten (in de regel enkel propraetoren en proconsuls) krijgen een provincietoegewezen om gezag uit te oefenen, maar toch worden dezen nog bestuurt door Rome ommisbruik van hun functie te vermijden. De aanstellingen zouden nu gebeuren door de comicescenturies, waarin enkel de hogere klassen stemden. Aan beide censoren werd het rechtontnomen om namen van kandidaten uit te wissen en een politieke drukking uit te oefenen.De wetgevende macht van de vergadering der stammen werd totaal opgeheven. Plebejers werdenweer onmondigen. Tribunen mochten enkel nog een veto stellen wanneer er bij een voorsteliemand benadeeld werd. Tribunen mochten geen enkele andere ambt meer bekleden dan deze.Leden van de comices centuries mochten hogere ambten bekleden. De senaat moest beslissenof een 'pro'-ambt verlengd mag worden. De slaven van veroordeelden werden vrijgelaten enwerden het reserveleger en lijfwacht van Sulla.
Na heel deze revolutie werd het Sulla teveel, zoals hijzelf verklaarde. Hij zei in z'naftredingstoespraak dat iedereen hem toch haatte en dat hij niets kon doen zonder demedewerking van de burgers. Hij had twee keer Rome verwoest en twee keer in degeschiedenis Romeinse burgers uitgemoord, dat hij ten schande was voor het rijk. Maar tochwas hij ervan overtuigd dat zijn aanhangers het vertrouwen zouden terugwinnen van hetvolk. In Rome was het die dag stil. Men vroeg zich af waarom hij zich terugtrok en Sullazei dat hij het best nog wat kon rentenieren en ging voortleven op de slaven die hij metal die rijkdom had gekocht. Toch was het niet zo. Want iedereen wie dictator is, wiltnormaal aan de macht blijven. De echte reden is dat hij bang was van de dood en dat hijliever wilde opvallen tussen de andere toppolitici in Rome door aan een natuurlijke doodte sterven en niet zoals de Gracchen, Cinna, Catilina en al die anderen. Sulla wasnamelijk op een dag naar een waarzegster gegaan, want hij was zeer bijgelovig, en daarkreeg hij te horen dat hij na een roemrijk hoogtepunt in zijn carrière zou sterven. En zotrok Sulla zich terug naar een roemrijk leven nabij de Golf van Napels.
In dit laatste jaar gaf Sulla nog de opdrachten om enorme bouwwerken op te richten: DeJupitertempel op de Capitolinus moest fraaier dan ooit herbouwd worden; aan de voet van deheuvel begon het werk aan het tabularium, het stands-en rijksarchief, waarvan de schattenen documenten tot dan over alle tempels verspreid waren. Hij vernieuwde de muren van Rome,van Ostia en van Alba Fucens (aan het Ficine Meer), de theaters in Pompeii, Alba, BovianumVetus (in de Abruzzen) en Faesukae (bij Florence). Hij tooide Tibur (Tivoli), Cora (Coriin Latium), Tarracina (Terracina), Pompeï en Paestum(Lucanië) met nieuwe prachtige tempels. De top van de republikeinse monumentale bouwkunstwerd bereikt in Praeneste met de bouw van het Fortuna-heiligdom. Zowel ten aanzien van deinwoners als van de godin had hij nog morele schulden en wilde hiermee terug de gemoederenvoor zich winnen zodat men hem nog lang in z'n hart zou meedragen als hij dood was. Numoet men er zeker geen politieke bedoelingen achter gaan zoeken, want hij had geenpolitieke plannen meer en begon ziek te worden.
Iedereen wist reeds dat Sulla zwaar ziek was. En toen de burgemeester van Puteoli tijdwilde winnen om aan Sulla een bijdrage te leveren voor de herbouw van de Iupitertempel,begon Sulla plots zich voor de laatste keer kwaad te maken, waardoor een zweer open gingen waardoor hij veel bloed verloor. Daardoor raakte hij zo uitgeput dat hij die nachtstierf. Maar de dood van de 60-jarige kwam vooral tot stand door huidaandoening enlongtuberculose. Met de aandrang van z'n veteranen, kreeg Sulla toch een staatsbegrafenisdie leidde tot de eeuwige rust van Sulla.
750 700 650 600 550 500 450
753 stichting van Rome door Romulus 642-616 AncusMarcius is koning 509 verdrijving van de laatste koning
753-715 Romulus is koning 616-578 TarquiniusPriscus is koning 510 oprichting van de republiek
715-673 Numa Pompilius is koning 578-535 Servus Tullius is koning. Publicatie van detwaalf tafelen 450 673-642 Tullus Hostilius 535-509Tarquinius Superbus is koning
450 400 350 300 250 200 150
443 Benoeming van censoren
312 Zonen van de vrijgelatenen toegelaten tot de Senaat
445 Plebejers mogen met patriciërs trouwen
421 De Samnieten veroveren Capua 298-290 Derde Samnitische Oorlog
406-396 Oorlog tegen Veji 287 Besluiten van het Consilium Plebis volledig rechtsgeldigverklaard
399 inval van de Kelten in Italië 282-272 Oorlog tegen Pyrrhus 225 Gallische inval inItalië
380 Rome wordt herbouwd (Muur van Servius) Samnieten, Lucani en de Brutii. Aanleg vanaquaduct Anio Vetus
343-341 Eerste Samnitische Oorlog 221 Moord op Hasdrubal. Hannibaal zet de tocht verder
340 Latijnse Oorlog en ontbinding van de Latijnse Bond
338-264 verovering van Italië 247 Hamilcar Barcas wordt Carthaags opperbevelhebber
327-304 Tweede Samnitische Oorlog op Sicilië
264 Eerste gladiatorengevecht in Rome
264-241 Eerste Punische Oorlog
260 Slag bij Mylae 219 Hannibal belegert en verovert Saguntum
256-255 Regulus expeditie naar Afrika loopt uit op een fiasco
238 Carthago staat Sicilië,Sardinië,Corsica af aan Rome
237 Hamilcar Barcas steekt over naar Spanje
232 landhervormingen leiden lange tijd tot politieke rust
breidt het Barcidische territorium in Spanje uit
227 stichting van Carthago Nova
226 Rome en Hasdrubal sluiten Ebro-verdrag
218-201 Tweede Punische Oorlogen
218 Senatoren mogen geen handel drijven
217 Slag bij het Meer van Trasimene
217 Q.Fabius Maximus Cunctator is dictator
216 nederlaag bij Cannae
215 Rome verklaart Philippus van Macedonië
de oorlog
211 Hannibal rukt op naar Rome
211-206 Scipio verslaat Hannibal in Spanje
202 Scipio verslaat Hannibal bij Zama
201 vredesverdrag tussen Rome en Carthago
Macedonische Oorlog 200-197
Rome voltooit verovering van Cisalpijns Gallië 191
Antiochus III van Syrië verslagen bij Magnesia 190
Macedonië definitief ten onder na de slag bij Pydna 167
Directe belastingen voor Romeinse burgers afgeschaft 167
150 100 50 0 50 100 150
146 Scipio Aemilianus verwoest Carthago 70 beleg en verwoesting van Jeruzalem
133 Tiberius SemproniusGracchus wordt volkstribuun: akkerwetten 80 Inwijding van hetColosseum
132 moord op Tiberius Gracchus 48-47 Alexandrijnse Oorlog. Caesarbevestigt Cleopatra als koningin van Egypte
129 Rome erft Pergamon van Attalos III. Pergamon wordt de provincie Asia105-106 Trajanus verovert Dacia
121 moord op C. Gracchus 47 Caesar doet afstand van dedictatuur en wordt consul. Muiterij bij het Xde en XIIde legioen
121 Gallia Narbonensis wordt een provincie 114-116 Verovering van Armenia
113 Kimbren en Teutonen vallen Italië binnen en Mesopotamia
107 eerste consulaat van Marius. Begin van de legerhervormingen (Marius wordt in104,103 en 102 opnieuw gekozen tot consul)
104 triomf van Marius. Iugurtha terechtgesteld.
102 Marius verslaat Teutonen en Ambronen
101 Marius verslaat de Kimbren 44 Caesar wordt vermoord dooreen samenzwering o.l.v. C. Longinius en Iunius Brutus
100 6de consulaat van Marius
100 Caesar wordt geboren
100 Tribunaat van L. Apuleius Saturnius
95-91 Mithridates VII Eupator van Pontos breidt zijn rijk uit
92 Sulla stadhouder in Sicilië
91 volkstribunaat van M. Livius Drusus
91-88 Oorlog met bondgenoten
88 begin van de burgeroorlog
88-84 Eerste Oorlog met Mithridates
86 Marius sterft tijdens zijn 7de consulaat. Sulla neemt Athene in enplundert Delphi.
84 Cinna wordt vermoord
83 Sulla terug in Italië. Opmars naar Rome
83 rechtshervormingen van Sulla
83-81 Tweede Oorlog met Mithridates
82 Sulla verslaat de aanhangers van Marius
82-79 Dictatuur van Sulla. Macht van de senaat wordt hersteld, die van hetvolkstribunaat beperkt
80-72 Oorlog tegen Sertorius in Spanje
74-64 Derde Oorlog tegen Mithridates
70 Pompejus en Crassus beiden consul. Sullas veranderingen worden tenietgedaan.Herstel van het
volkstribunaat
67 Pompejus zuivert Mare nostrum van piraten
66 Pompejus wordt bevelhebber in het oosten
66-63 Pompejus verjaagt Mithridates
63 M. Tullius Cicero consul. Samenzwering vanCatilina
62 Catilina sneuvelt. Pompejus in Italië. Caesar wordtpraetor
60 Eerste triumviraat: Pompejus, Caesar, Crassus
59 Caesar wordt consul: agrarische en kolonisatie-wetgeving
58-50 Caesar stadhouder van Gallië, Gallische oorlog (detailszie: De Bello Gallico)
58 verbanning van Cicero
53 Slag bij Carrhae (Syrië). Crassus sneuvelt tegen de Parthen
52 Pompejus, consul sine collega
31 Octavianus verslaat Antonius bij Actium
30 Rome annexeert Egypte
29-19 Verovering van Spanje voltooid
27 Octavianus krijgt titel Augustus
27 Met het herstel van de republiek begint het Romeinse keizerrijk
27v.Chr-150n.Chr Het Romeinse keizerrijk en de Romeinse keizers zie onder
150 200 250 300 350 400 450
150-476 Het Romeinse Keizerrijk à keizers zie vorige bladzijden
164-166 bouw van ruiterstandbeeld van Marcus Aurelius
167 Barbaren vallen noordelijke en oostelijke provincies van het rijk binnen
217 Voltooiing van de thermen van Caracalla
222 begin Sassanidische dynastie in Perzië
253 oorlogen tegen Germaanse indringers
270 Oostelijk Dacia afgestaan aan de Goten
270 Rome opnieuw ommuurd door Aurelianus
315 bouw van Boog van Constantijn
395 definitieve opsplitising in W- en O Romeinse Rijk
Visigoten
Rome geplunderd door Vandalen 455
Romulus Augustulus, de laatste West-Romeinse keizer, afgezet 476
| JAARTAL | EERSTE CONSUL | TWEEDE CONSUL | ||
| 88 voor Chr. | L. Cornelius Sulla; suff.: Cn. Octavius | Q. Pompejus Rufus; suff.: L. Cornelius Cinna | ||
| 87 voor Chr. | Gnaeus Octavius;suff.:Valerius Flaccus | Lucius Cornelius Cinna | ||
| 86 voor Chr. | Gaius Marius (Senior) | L. Cornelius Cinna; suff.: L. Cornelius Merula | ||
| 85 voor Chr. | Gaius Marius (Junior) | Gnaeus Papirius Carbo | ||
| 84 voor Chr. | Gnaeus Papirius Carbo | Lucius Cornelius Cinna | ||
| 83 voor Chr. | Lucius Cornelius Scipio Asiagenes | Norbanus | ||
| 82 voor Chr. | Gaius Marius (Junior); (nov.) L. Cornelius Sulla: dictator | Gnaeus Papirius Carbo | ||
| 81 voor Chr. | Lucius Cornelius Sulla: dictator | |||
| 80 voor Chr. | Lucius Cornelius Sulla: dictator | |||
| 79 voor Chr. | Lucius Cornelius Sulla: dictator; suff.: Lutetius Catulus en M. Emilius Lepidus | |||
| 78 voor Chr. | Lutetius Catulus | M. Emilius Lepidus | ||
31 v.Chr. -14 n.Chr. Augustus
14 37 Tiberius
37 41 Gaius (Caligula) Julisch-Claudishe Huis
41 54 Claudius
54 68 Nero
68 69 Galba
69 79 Vespasianus
79 81 Titus
81 96 Domitianus
96 98 Nerva
97 117 Trajanus (97 - 98 met Nerva) Flavische Huis en Adoptiekeizers
117 138 Hadrianus
136 161 Antonius Pius
161 180 Marcus Aurelius (161 - 169 met Lucius Verus)
180 192 Commodus
193 Pertinax
193 Didius Iulianus
193 211 Septimus Severus
211 217 Caracalla (211 - 212 met Geta) Severische Huis en Soldatenkeizers
217 218 Macrinus
218 222 Elagabalus
222 235 Alexander Severus
235 238 Maximinus
238 Gordianis I en II (in Africa); Balbinus en Pupienus (in Italië)
238 244 Gordianus III
244 249 Philippus
249 251 Decius
251 253 Trebonianus Gallus
253 Aemilianus
253 260 Valerianus
253 268 Gallienus (253 - 260 met Valerianus)
WESTEN OOSTEN
259 274 Gallische rijk van Postumus, 260 - 272 Palmyraanse rijk van
Victorinus, Tetricus Odeanathus, Zen., Vab.
268 270 Claudius
270 Quintillus
270 275 Aurelianus
275 276 Tacitus
276 282 Probus
282 283 Carus
283 284 Carinus en Numerianus
284 305 Diocletianus en de Tetrarchie
WESTEN OOSTEN
287 305 Maximianus Augustus 284 305 Diocletianus Augustus
293 305 Constantius Caesar 293 305 Galerius Caesar
305 306 Constantius Augustus 305 311 Galerius Augustus
305 306 Severus Caesar 305 309 Maximinus Caesar
(306 307 Augustus) (309 313 Augustus)
306 312 Maxentius (Italië)
WESTEN OOSTEN
306 307 Constantijn Caesar 308 324 Licinius Augustus
(vanaf 307 Augustus)
312 324 Constantijn medekeizer met Licinus
324 337 Constantijn alleenheerser
337 340 Constantijn II Constans 337 351 Constantius II
340 350 Constans 351 354 Gallus Caesar
350 353 Magnentius (usurpator)
355 361 Julianus Caesar (360 363 Augustus)
361 363 Julianus alleenheerser
363 364 Jovianus
364 375 Valentianus 364 378 Valens
375 383 Gratianus 379 395 Theodosius
383 388 Maximus (usurpator)
392 394 Eugenius (usurpator)
WESTEN OOSTEN
395 423 Honorius (395 408 Stilicho als regent) 295 408 Arcadius
423 425 Iohannes (usurpator) 408 450 Theodosius II
425 455 Valentianus III
455 Petronius Maximus 450 457 Marcianus
455 456 Avitus
457 461 Majorianus 457 474 Leo
457 465 Libius Severus
467 472 Anthemius
473 475 Nepos 474 491 Zeno
475 476 Romulus Augustulus (475 476 Basiliscus)
Barbarenheersers over Italië Keizers van het Byzantijnse rijk
476 493 Odoaker 491 518 Anastasius
493 526 Theodorik 518 527 Justinus
526 534 Athalarik 527 565 Justinianus
534 536 Theodahad
536 540 Witigis
540 541 Hildebad Periode van herovering door Byzantium
541 552 Totila
552 553 Teias
D. Stöver, DIE RÖMER, TAKTIKER DER MACHT, Amsterdam, 19792
Time-Life Redactie, TIME LIFE, WERELDRIJKEN IN WORDING, Amsterdam, 1988
M. Vickers en G. Herrmann, DE BRONNEN VAN ONZE BESCHAVING, DE ROMEINSE EN PERZICHEWERELDRIJKEN, Lausanne, 1976
J. Gerber, REINAERT SYSTEMATISCHE ENCYCLOPEDIE, GESCHIEDENIS DER OUDHEID, Brussel, 1971
A. M. Liberati en F. Bourbon, HET OUDE ROME, DE GESCHIEDENIS VAN EEN WERELDOMVATTENDEBESCHAVING, Lisse, 1996
Plutarchus, VIES, Parijs, 1971
Appianus, ROMAÏKA, geen plaats van uitgave beschikbaar
The Internet Classics Archive, http://classics.mit.edu
| PAGINA VERWIJZING (vet, belangrijkste) |
|
- Aediel - Archelaos - Bondgenotenoorlog - bronnen - Camillus - Catilina - Cimbren - Cinna - Consulaatperiode - consul(s) - dictator legibus scribundis et rei publicae constituendae - Dood - 1e en 2e triumviraat - Eleutherius - Fimbra - Flacuus - fortuna - Geboorte - Gracchen - infortuna - inhoud - inleiding - Iugurtha - Iupitertempel - kinderjaren - lex Cornelia - Macedoniërs - Marius, Gaius - Mithridates - moordroes - Octavianus - ontslag - Optimates - Pompejus - Pontus - Populares - Praetor - Proletariërs - Pro-praetor - Proscriptie - Quaestor - Quitus, Pompeius, Rufus - Romeinde Keizers - Romulus - Scaurus, Marcus - Strafexpeditie
- Sulla, Lucius, Cornelius - Teutonen - Thraciërs - tijdlijn - Tullius, Marcus - Virginia - voorwoord - Witboek |
7, Vita Svllae; Sulla in het ambt van aediel 13, Vitae Svllae; 1ste oorlog tegen Mithridates 7 9, Vita Svllae; Bondgenotenoorlog 5, korte biografie 22, bronnen 8, Vita Svllae; Bondgenotenoorlog 16, Vitae Svllae; Sulla, de dictator 6, korte biografie 13, Vitae Svllae; 1ste oorlog tegen Mithridates 9, Vitae Svllae; Sulla: de opmars naar Rome 13, Vitae Svllae; 1ste oorlog tegen Mithridates 16, Vitae Svllae; Sulla, de dictator 8, Vita Svllae; Bondgenotenoorlog 9, Vitae Svllae; Sulla als consul 7, Vita Svllae; Sulla in zijn kinderjaren 19, De Consuls 17, Vitae Svllae; Sulla, de dictator 11, Vitae Svllae; Natuurlijke dood Marius? 18, Vitae Svllae; Sulla, de dictator 18, Tijdlijn 3 4, inleiding 12, Vitae Svllae; 1ste oorlog tegen Mithridates 12, Vitae Svllae; 1ste oorlog tegen Mithridates 3 4, inleiding 7, Vita Svllae; Sulla in zijn kinderjaren 16, Vitae Svllae; Sulla, de dictator 3 4, inleiding 1, inhoud 3 4, inleiding 3 4, inleiding 6, korte biografie 7, Vita Svllae; Op weg naar een hogere positie 13, Vitae Svllae; 1ste oorlog tegen Mithridates 16, Vitae Svllae; Sulla, de dictator 7, Vita Svllae; Sulla in zijn kinderjaren 15, Vitae Svllae; Sulla, de dictator 11, Vitae Svllae; 1ste oorlog tegen Mithridates 6, korte biografie, 7 8, Vita Svllae; Bondgenotenoorlog 11, Vitae Svllae; Sulla: de opmars naar Rome 12, Vitae Svllae; 1ste oorlog tegen Mithridates 10, Vitae Svllae; Marius: de opmars naar Rome 18, Tijdlijn 16, Vitae Svllae; Sulla, de dictator 5, korte biografie 5, korte biografie 9, Vitae Svllae; Sulla als consul 5, korte biografie 11, Vitae Svllae; Natuurlijke dood Marius? 7, Vita Svllae; Sulla in het ambt van praetor 9, Vitae Svllae; Bondgenotenoorlog 7, Vita Svllae; Sulla in het ambt van pro-praetor 10, Vitae Svllae; Marius: de opmars naar Rome 7, Vita Svllae; Sulla in het ambt van quaestor 9, Vitae Svllae; Sulla als consul 19, De Romeinse Keizers 7, Vita Svllae; Bondgenotenoorlog 3 4, inleiding 11, Vitae Svllae; 1ste oorlog tegen Mithridates 9, Vitae Svllae; Sulla als consul 9 - 10, Vitae Svllae; Sulla: de opmars naar Rome 6, korte biografie 11, Vitae Svllae; 1ste oorlog tegen Mithridates 19, Tijdlijn 3 4, inleiding 3 4, inleiding 2, Voorwoord 13, Vitae Svllae; 1ste oorlog tegen Mithridates |
Carpe translationem
|