De Finibus

I, 11

Nu zal ik uitleggen wat genot inhoudt en wat de hoedanigheid ervan is, opdat elk misverstand van onervarenen uit de weg zou worden geruimd en opdat men zou beseffen hoe ernstig, hoe beheerst en hoe streng die leer eigenlijk wel is, die wordt versleten als de leer die genot als hoogste doel stelt, als zingenot gevend en als zijnde wulps.

Niet enkel volgen wij de leer die de natuur zelf beroert, en die door de zintuigen met een zeker genot wordt waargenomen, maar wij beschouwen het genot, dat wordt ervaren door afwezigheid van elke vorm van smart, als het hoogste genot. Want, wanner we bevrijd worden van de pijn, zijn we blij om die bevrijding en de bevrijding van alle smart, maar al hetgeen waarvoor we blij zijn, is lust, zodat alles waardoor we gergerd worden, pijn is, terecht wordt de afwezigheid van pijn lust genoemd. Zoals immers met spijs en drank de honger verdreven is, zo ook heeft het wegnemen van de smart de lust tot gevolg, en zo ook heeft het wegnemen van smart in elke situatie genot tot gevolg. Bijgevolg beviel het Epicurus niet dat er een zeker tussenstadium was tussen pijn en lust. Precies datgene wat in de ogen van sommigen een tussenstadium leek te zijn, waarin men alle pijn mist, was niet alleen lust, maar zelfs de hoogste vorm van lust. Immers, voor iedereen die zintuigelijke waarnemingen doet, afgezien van de toestand waarin hij verkeert, is het nodig dat hij ofwel in een toestand van genot, ofwel in n van pijn verkeert.


Carpe translationem

2005, 2006 www.klassiekevertalingen.nl

Plk een vertaling