Pro Milone

Hoewel ik vrees, waarde rechters, dat het schandelijk is voor een zeer dapper man van bij het begin te zeggen dat hij bang is, en dat het totaal ongepast is, wanneer T. Annius zelf al meer verontrust is over het lot van de republiek dan over dat van hemzelf, dat ik bij zijn rechtszaak geen evengrote onverzettelijkheid ten toon kan spreiden, toch brengt deze totaal nieuwe vorm van rechtbank angst teweeg in mijn ogen die, waar ze ook maar kijken, speuren naar de oude gewoonte van het forum en de vroegere gang van zaken bij de processen. Rond uw vergadering heeft zich nu immers geen kring van toehoorders verzameld, zoals dat de gewoonte is, we worden niet omgeven door de dagelijkse drukte, toch laten de wachtposten, die u duidelijk voor alle tempels ziet, hoewel geplaatst om geweld te voorkomen, de spreker niet zonder enig gevoel van angst achter, zodat we op het forum en in de rechtbank, ondanks het feit dat we omringd zijn door nuttige en zelfs noodzakelijke wachters, toch niet helemaal zonder enige vorm van angst kunnen zijn. Als ik meende dat deze wachtposten hier geplaatst waren tegen Milo, zou ik wijken voor de omstandigheden en zou ik van mening zijn dat tussen het machtsvertoon van al die wapens een redevoering niet op zijn plaats geweest zou zijn. Maar het gezond verstand van Cn. Pompeius, een allerverstandigst en rechtvaardig man, sterkt me en geeft me moed. Hij, die vast en zeker dacht dat het niet met zijn rechtvaardigheid strookte om de beschuldigde die hij overleverde aan het oordeel van de rechters ook aan de wapens van de soldaten prijs te geven en dat het niet bij zijn wijsheid paste de onbezonnenheid van de opgehitste menigte met publiek gezag te bewapenen. Hierdoor betekenen deze wapens, centurio's en cohorten geen gevaar voor ons, maar een hulp, niet slechts om ons aan te moedigen rustig te blijven, maar ook opdat we het hoofd geheven zouden houden. Wapens, die niet alleen hulp bij mijn verdediging waarborgen, maar ook daadwerkelijke stilte. De rest van de menigte, voorzover die uit burgers bestaat, staat volledig aan onze kant. Wanneer niemand van zij, die jullie van alle kanten zien toekijken vanwaar men maar een glimp van het forum kan opvangen, en die de afloop van dit proces afwachten, wanneer geen enkele van hen geen partij kiest voor de deugd van Milo, dan geloven zij dat ze vandaag de dag strijden voor zichzelf, voor hun kinderen, voor hun vaderland, voor hun toekomst.

II. Eťn slag mensen is tegen ons gekeerd en ons vijandig, namelijk diegenen die door de woede van P. Clodius werden gevoed met rooftochten, brandstichting en alle zaken die bijdragen tot de ondergan van het volk; die zelfs nog opgehitst zijn in de vergadering van gisteren, om u met hun stem voor te zeggen wat jullie oordeel moet zijn. Hun geschreeuw, indien ze toevallig zouden staan schreeuwen, zal u erop moeten wijzen dat jullie juist hem als burger in dit land moeten houden die altijd dit slag van mensen en het luide geschreeuw voor uw eigen welzijn heeft genegeerd. Hou om deze reden uw verstand erbij, edelachtbaren, en vergeet uw angsten, indien u die mocht hebben. Want, indien u ooit over goede en moedige mannen, indien u ooit de macht heeft gehad over de burgers die zich verdienstelijk hebben gemaakt voor de staat te oordelen, indien tenslotte ooit aan de uitgelezen heren van de senatorenstand de gelegenheid is geboden om met recht en rede hun sympathieŽn jegens moedige en goede burgers te kennen te geven, sympathieŽn die zij met hun blik of woorden te kennen hebben gegeven, dan hebt u op dit moment ongetwijfeld alle bevoegdheden om ofwel te beslissen dat wij, die altijd waren overgeleverd aan uw gezag, altijd zullen moeten treuren, ofwel dat wij, die lange tijd gekweld werden door de verderfelijkste burgers, ooit door u, door uw gegeven woord, door uw deugd en wijsheid, ons zullen kunnen herpakken in onze deugd en wijsheid. Wat dat voor ons tweeŽn meer inspanning vraagt, edelachtbaren, wat dat zorgwekkender, dat lastiger is, kan men noemen of verzinnen, dan dat we, door de hoop op enorme beloningen naar de staatsdienst gedreven, geen afstand kunnen doen van de angst voor de vreselijkste straffen.

 Nochtans, heren rechters, zullen wij in dit proces het tribunaat van Titus Annius, en ook niet al de dingen die hij voor het welzijn van de republiek gedaan heeft, misbruiken ter weerlegging van deze aanklacht. Tenzij U met eigen ogen gezien hadden dat de hinderlaag door Clodius voor Milo gelegd was, zijn we niet van plan om te smeken deze aanklacht tegen ons te vergeven, zelfs niet omwille van zijn vele en overbekende verdiensten jegens de republiek, en ook niet om te eisen dat, als de dood van P. Clodius jullie redding had betekend, U die daarom eerder aan de dapperheid van Milo dan aan het geluk van het volk zouden toeschrijven. Als die hinderlaag van hem zonneklaar was geweest, dan pas zal ik U, heren rechters, smeken en bezweren dat ons, als we al het overige kwijt zijn, tenminste dit wordt gelaten: nl dat het geoorloofd is je leven tegen de stoutmoedigheid en aanvallen van een vijand ongestraft te verdedigen.

Milo echter, die op die dag naar de senaat gekomen was totdat die opgeschort werd, is naar huis gegaan, heeft van schoeisel en kleding veranderd en is er, terwijl zijn vrouw, zoals dat altijd gaat, zich klaarmaakte, een tijdje gebleven, terwijl Clodius, als hij tenminste van plan was geweest om op die dag naar Rome te gaan, al lang terug had kunnen zijn. Clodius kwam hem slagvaardig tegemoet, te paard, zonder wagen, zonder bagage, zonder Griekse reisgezellen, zoals hij gewoon was, en zonder vrouw, iets wat hij bijna nooit deed;

toen reed deze zogenaamde belager, die deze reis gepland zou hebben om een moord te plegen, met zijn vrouw in zijn wagen, met kapmantel aan en met een groot, hinderlijk, vrouwelijk en verfijnd gezelschap van slavinnen en kinderen.

Hij kwam hem tegemoet voor diens landgoed rond het elfde uur of daaromtrent, en dadelijk doen meerderen een bestorming met wapens op hem van een hogere plaats en doden zijn koetsier. Wanneer hij zijn kapmantel naar achteren had geworpen, sprong hij van de koets en verdedigde zich verbeten; een deel van hen die bij Clodius hoorden, rende met getrokken zwaarden terug naar de koets om Milo in de rug aan te vallen, en een ander deel begon, omdat ze dachten dat hij al gedood was, de achternakomende slaven af te slachten.

En van die slaven, die trouw aan hun meester en aanwezig waren, is er een deel gesneuveld, een ander deel van Milo’s slaven, omdat ze zagen dat er gevochten werd aan de koets, omdat ze verhinderd werden om hun meester te hulp te komen en omdat ze van Clodius zelf te horen hadden gekregen dat Milo gedood was en meenden dat dit echt zo was,

--ik zeg dit immers openlijk, en niet om deze aanklacht af te schuiven, maar omdat het zo gebeurd is—deed dat wat ieder zou willen dat zijn eigen slaven in zo’n geval deden,

zonder dat hun meester het hen bevolen had, of er aan gedacht of zelfs zonder dat hij aanwezig was. 


Carpe translationem

© 2005, 2006 www.klassiekevertalingen.nl

Plýk een vertaling